Compôte van rode bosbessen

Mijn wortels liggen in het oostelijke midden van ons land. Ik ben opgegroeid in Doetinchem en woonde daarna in Arnhem en omstreken.
Een gedeelte van m’n familie woont nog steeds in die contreien. En iedere keer dat ik daar ben geweest moet ik op weg naar huis wat heimwee inslikken.
Soms minder, soms meer, maar ik wil altijd terug naar daar.

Een van de redenen om heimwee te hebben is rode bosbessen. Die groeien namelijk niet in het “zonnige” zuiden.
vossebes
Rode bosbessen (of ook wel vossebessen) kan je min of meer beschouwen als de Europese variant op cranberries
(je weet toch; alles uit de USA is bigger and contains more sugar). Je kunt ze dus ook als zodanig gebruiken.
Maar eigenlijk is het ‘t allerlekkerste om er een supah dupah simpele compôte van te maken. Zo simpel dat ik ‘t recept bijna niet op durf te schrijven.
Maarja, aangezien ik dit stukje vanwege die compôte begonnen ben, doe ik ‘t toch.

En bij die compôte eet je dan de allerlekkerste wildstoof van de wereld. Gemaakt door je moeder.
Want sommige dingen maak je nou eenmaal niet zelluf.

Bijgerecht (supah lekkah bij wildgerechten), 4 personen

versgeplukte rode bosbessen (ik gok een gram of 300)
Suiker

Zet de bessen op met wat water en kook ze tot ze zacht zijn en kapot gaan. Voeg naar smaak suiker toe en roer tot de suiker is opgelost en de compote begint in te dikken.
De compote moet wel nog wat wrangigheid houden hoor, dus pas op met die suiker.
Laat afkoelen.
Eet samen met wildstoof, gekookte aardappels, sperziebonen en zelfgemaakte appelmoes.
Za-lig.
Bwurp.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s